Eindhout

 


 

 

                           

Hoe komen zij aan de bijnaam "Tut"?

Hier volgt één van de vele verklaringen:

Onze Heer en St.-Pieter reisden met een kar door de Kempen om er de dorpen een naam te geven. Kwamen ze aan een geschikte plaats, dan plaatste St.-Pieter daar een naambord. Op een moment reden ze door een klein plaatsje met een beboste heuvel. Aan het einde van het bos (einde van het hout = Eindhout) viel er een blanco naambord van de kar. St.-Pieter wilde het bordje oprapen maar De Heer stapte verder want de reizigers moesten nog een lange weg afleggen. Hij riep St.-Pieter toe “tuttuttut, laat dat maar liggen”. Vanaf die dag kregen de Eindhoutenaren de bijnaam “Tut”.

Informatie over de "St.-Bavokapel".

Het bedehuis is zeer oud en werd waarschijnlijk opgericht in de Middeleeuwen. Zekerheid ontbreekt maar vermoedelijk was de Trichelhoek de eerste woonkern van Eindhout en de Bavokapel de eerste bidplaats vermits de parochiekerk St.-Lambertus van Eindhout pas later is gebouwd. De eerste bronnen dateren uit 1503 van de toenmalige kapelmeesters. De kapelaan van Eindhout verzorgde toen ook de erediensten in de St.-Bavokapel. In de 12de eeuw behoorde Eindhout tot het Land van Geel, in leenroerig bezit van de machtige familie Berthout als dank voor hun hulp aan hun leenheer, de hertog van Brabant. In 1252 droeg Hendrik Berthout het patronaatsrecht van Eindhout en van de parochiekerk over aan de abdij van Averbode. In 1200 had ridder Gerard Cymoth zijn gronden in het naburige Varendonk en Blaardonk reeds afgestaan aan deze abdij. De kapel is momenteel eigendom van de kerkfabriek van Eindhout.

De St.-Bavokapel is een bakstenen zaalkerkje met driezijdige gesloten koor. Het scherpe zadeldak, met leien bedekt, is bekroond met sierlijk klokketorentje. De omlijsting van de korfboogdeur, de waterlijsten en de dekplaten van de steunberen zijn in witte zandsteen uitgevoerd. West- en noordgevel zijn gesloten. Vooraan is een kleine sacristie aangebouwd. De kapel staat op een terp of heuveltje en wordt overschaduwd door lindebomen. De kapel werd een beschermd monument bij het K.B. van 27 mei 1971 en werd in 1985 grondig gerestaureerd.

Het interieur van de kapel wordt verlicht door spitsboogvensters in de zuidwand. De zoldering is versierd met panelen in stucwerk in Lodewijk XIV-stijl. Het barokke altaar heeft getorste kolommen. Er bevinden zich vijf schilderijen met taferelen uit het leven van de H. Bavo. Ook worden nog twee beelden van de heilige bewaard in een zilveren reliekschrijn. Op het doksaal staan nog twee kleine 17de eeuwse communiebanken en aan de ingang een primitieve “geldstock” of offerblok.

In de 17de eeuw was de kapel een bekend bedevaartsoord. Iedere donderdag werd er een mis opgedragen en kwamen de mensen uit de omliggende dorpen er naartoe. Zelfs uit Diest en het Hageland kwamen ze naar de Trichelhoek. Er was een put op het kerkhof van de kapel, waarvan de gelovigen het water dronken als redemie tegen kinkhoest. Daardoor zouden veel mensen genezen zijn. Op die put stond een afbeelding van de H. Bavo die “het hoestmenneken” werd genoemd. De bedevaarten bleven duren tot het begin van de vorige eeuw. Eén oktober, de feestdag van de Heilige Bavo (Baafmis, Bamis) was de grote bedevaartsdag. Geleidelijk was uit die begankenis de zogenaamde “Bamismarkt” gegroeid, die nog tot de jaren 1920-1930 bleef bestaan. Nu vinden er nog regelmatig misvieringen plaats en is het de geliefkoosde trouwplaats van romantische koppeltjes.

 

En wie is nu eigenlijk Sint Bavo"?

In een oase van rust en groen ligt op nauwelijks enkele minuten van de kathedraal een uniek stukje Gents verleden. Op de plaats waar Leie en Schelde samenvloeien bevinden zich de ruïnes van de voormalige Sint-Baafsabdij. Op deze strategische plaats stichtte Amandus, een zendeling uit Aquitanië die de streek kwam bekeren tot het christendom, in de 7de eeuw een abdij die in de loop der eeuwen zou uitgroeien tot een van de machtigste in Vlaanderen, het Gandaklooster.  Enkele jaren na de stichting trad een edelman in het klooster in en nam er de naam Bavo aan. Hij overleed omstreeks 652, werd weldra als heilige vereerd en in de 9de eeuw werd de abdij naar hem genoemd.

Het leven van Bavo – aan wie de kathedraal van St.-Baafs in Gent gewijd is – kennen we door de geschriften van de Angelsaksische monnik Alkwin (+ 804). We lezen in de Vita: “Allowin, gewoonlijk Bavo genaamd, werd geboren in Limburg uit Haspengouwse edele en roemrijke ouders. Hij trouwde met de dochter van graaf Adilio, die hem een dochter schonk, Egeltrudis genaamd. Zij zou haar maagdelijkheid aan de Heer toewijden. Gedurende zijn jongelingsjaren leidde Bavo een losbandig leven. Hij zette zijn zinnen op schandige dingen en was verzot op geile dansen.” Wat met ‘schandige dingen’ en ‘geile dansen’ bedoeld wordt, is niet helemaal duidelijk. Zou het kunnen dat Bavo zich bijzonder thuis voelde in de cultische gebruiken en dansen van de niet-christelijke bevolking? We zullen het nooit weten. In ieder geval verafschuwde hij naderhand wat hij vooraf aanbeden had, net zoals Sint-Augustinus alles zou verketteren wat hij daarvoor had vereerd. Het is een psychologisch proces dat we bij labiele personen wel meer aantreffen. Het nieuw aangenomen gedrag manifesteert zich dan als een soort van heilsweg. Bavo was een vertrouweling van Sint-Amandus en het Sint-Bavofeest valt op 1 oktober.

Allowin (gewin voor allen) kwam na de dood van zijn vrouw tot inkeer. Onder invloed van de bisschop Amandus gaf hij zijn bezittingen weg en werd Benedictijner monnik in de abdij van Ganda, later Sint Baafsabdij. Zijn kloosternaam Bavo betekent “geliefde”.

Drie 10de eeuwse versies van zijn levensbeschrijving zijn de neerslag van latere legenden. Hij zou als boetedoening elke dag op weg naar de kerk een zware steen hebben meegezeuld en bij de bouw van zijn cel, een onder een zwaar beladen wagen verpletterde man tot leven hebben gewekt. Een andere traditie laat hem in het woud in een holle boom leven. Daarom zijn de attributen soms een holle boom, een wagen of een steen.

De middeleeuwse monnik Bavo was voordien ridder en wordt meestal afgebeeld met een zwaard, valk, scepter of beurs.  Toen de stad Gent in opstand kwam tegen Keizer Karel V werd de St.-Baafsabdij in 1539 ontruimd en nadien werd St.-Bavo de patroonheilige van de Gentse kathedraal. P.P.Rubens schilderde de “Bekering van Sint Bavo”, pronkstuk in de Gentse kathedraal.

St.-Bavo is tevens patroonheilige van de provincie Oost-Vlaanderen en van het Bisdom Haarlem in Nederland. Gent en Haarlem hadden vroeger eeuwen een handelsrelatie vanwege de lakenindustrie. St.-Bavo wordt ook vereerd in Diskmuide, Watou, Boechout, Sint-Baafs-Vijve, Noorderwijk en in Oud-Turnhout.  

 

 

START